start


ATEX-95 en het Warenwetbesluit explosieveilig materieel

Warenwet

De Europese ATEX-productrichtlijn 94/9/EG (ATEX-95) is opgenomen in de Warenwet en het Warenwetbesluit: Explosieveilig materieel. Het doel van deze documenten is om arbeidsrisico's naar een aanvaardbaar niveau te brengen. Producten die voldoen aan de minimumeisen uit de richtlijn ATEX-95 zijn door het ontwerp explosieveilig, dat wil zeggen dat die producten zelf geen ontstekingsbron kunnen vormen.
Er moet wel op gelet worden dat de installatie- en gebruiksaanwijzingen van de explosieveilige producten strikt opgevolgd worden. Hieronder staan een aantal relevante artikelen uit de Warenwetbesluit explosieveilig materieel.


Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1
In dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

  1. wet: Warenwet;
  2. apparaten: machines, materieel, vaste of mobiele inrichtingen, bedieningsorganen en instrumenten alsmede detectie- en preventiesystemen die, alleen of in combinatie, bestemd zijn voor produktie, transport, opslag, meting, regeling, energieomzetting of grondstoffenverwerking en die door hun inherente potentiŽle ontstekingsbronnen in een explosieve atmosfeer een explosie kunnen veroorzaken;
  3. apparaten van groep I: apparaten, bedoeld voor ondergrondse werkzaamheden in mijnen en in bovengrondse mijninstallaties, waar ten gevolge van mijngas of brandbaar stof gevaar heerst of kan heersen;
  4. apparaten van groep II: apparaten, bedoeld voor gebruik op andere plaatsen dan genoemd onder c, waar ten gevolge van de explosieve atmosfeer gevaar kan heersen;
  5. beveiligingssystemen: inrichtingen, niet zijnde componenten van de onder b tot en met d omschreven apparaten, die de functie hebben beginnende explosies onmiddellijk te stoppen of de door een explosie getroffen zone te beperken en die afzonderlijk in de handel worden gebracht als systemen met autonome functies;
  6. componenten: onderdelen van apparaten en beveiligingssystemen die essentieel zijn voor de veilige werking maar geen autonome functie hebben;
  7. voorzieningen: veiligheids-, controle- en regelvoorzieningen, bedoeld voor gebruik buiten plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, maar die nodig zijn voor of bijdragen tot de veilige werking van apparaten en beveiligingssystemen;
  8. explosieveilig materieel: apparaten, beveiligingssystemen, componenten en voorzieningen;
  9. explosieve atmosfeer: mengsel van lucht en brandbare stoffen in de vorm van gassen, dampen, nevels of stof, onder atmosferische omstandigheden waarin de verbranding zich na ontsteking uitbreidt tot het gehele niet-verbrande mengsel;
  10. plaats waar ontploffingsgevaar kan heersen: plaats waar ten gevolge van plaatselijke- en bedrijfsomstandigheden een explosieve atmosfeer kan ontstaan;
  11. bedoeld gebruik: gebruik van apparaten, beveiligingssystemen en voorzieningen overeenkomstig de apparatengroep en apparatencategorie alsmede overeenkomstig alle door de fabrikant verstrekte aanwijzingen die noodzakelijk zijn om de veilige werking van de apparaten, beveiligingssystemen en voorzieningen te waarborgen;
  12. Europese Economische Ruimte: het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;
  13. aangewezen aangemelde instelling: een krachtens artikel 7a van de wet in het kader van de richtlijn aangewezen en bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde instelling, dan wel een door een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte in het kader van de richtlijn aangewezen en bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen in het kader van de richtlijn aangemelde instelling;
  14. richtlijn: richtlijn nr. 94/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 maart 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (PbEG L 100).

noot: Artikel 1 is afkomstig uit Hoofdstuk I: Algemene bepalingen, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (dat weer is afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Artikel 2

Dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen zijn eveneens van toepassing op explosieveilig materieel indien dat onroerend is geworden tot aan het tijdstip van eerste ingebruikneming.

noot: Artikel 2 is afkomstig uit Hoofdstuk I: Algemene bepalingen, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (dat weer is afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Artikel 3 Dit besluit is niet van toepassing op:

  1. medische hulpmiddelen, bedoeld voor gebruik op medisch gebied;
  2. apparaten en beveiligingssystemen wanneer het explosiegevaar uitsluitend voortvloeit uit de aanwezigheid van explosieve stoffen of chemisch instabiele stoffen;
  3. apparaten, bedoeld voor gebruik in een huiselijke, niet-commerciŽle sfeer;
  4. persoonlijke beschermingsmiddelen die onder het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen vallen;
  5. zeeschepen en mobiele offshore-installaties alsmede de uitrusting aan boord van deze schepen of installaties;
  6. voertuigen en aanhangwagens daarvan, die uitsluitend zijn bestemd voor het vervoer van personen in de lucht, via het wegen- of spoorwegnet of op het water en vervoermiddelen voor zover deze zijn ontworpen voor het vervoer van goederen in de lucht, via het openbare wegen- of spoorwegnet of op het water, behalve de voertuigen, bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen;
  7. explosieveilig materieel, bestemd voor militaire doeleinden.

noot: Artikel 3 is afkomstig uit Hoofdstuk I: Algemene bepalingen, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (dat weer is afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Hoofdstuk IA. Verbodsbepalingen

Artikel 3a

  1. Het is verboden apparaten, beveiligingssystemen, componenten en voorzieningen te verhandelen, in bedrijf te stellen of te gebruiken, die niet voldoen aan de vervaardigingsvoorschriften gesteld bij of krachtens van dit besluit.
  2. Het is verboden apparaten, beveiligingssystemen, componenten en voorzieningen te verhandelen of te gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens dit besluit gesteld met betrekking tot de aanduiding en het bezigen van vermeldingen.
  3. Het is verboden apparaten, beveiligingssystemen, componenten en voorzieningen te verhandelen of te gebruiken, indien de bij of krachtens dit besluit voorgeschreven certificeringsprocedures niet in acht zijn genomen.

noot: Artikel 3a is afkomstig uit Hoofdstuk IA: Verbodsbepalingen, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (dat weer is afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Hoofdstuk II. Vervaardiging

Artikel 4

Explosieveilig materieel is zodanig ontworpen en vervaardigd, heeft zodanige eigenschappen en is van zodanige vermeldingen voorzien, dat het bij gebruik overeenkomstig zijn bestemming geen gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van de mens of voor de veiligheid van zaken, wanneer het op passende wijze is geÔnstalleerd en onderhouden. Explosieveilig materieel voldoet aan de in bijlage II van de richtlijn opgenomen fundamentele eisen die daarop van toepassing zijn, rekening houdend met het bedoelde gebruik.

noot: Artikel 4 is afkomstig uit Hoofdstuk II: Vervaardiging, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (dat weer is afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Artikel 5 Explosieveilig materieel dat voldoet aan de door Onze Minister aangewezen geharmoniseerde normen wordt in zoverre vermoed te voldoen aan artikel 4, tweede volzin.

noot: Artikel 5 is afkomstig uit Hoofdstuk II: Vervaardiging, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (dat weer is afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Hoofdstuk III. Keuring en certificering

Artikel 6

  1. Apparaten, in voorkomend geval met inbegrip van de voorzieningen, worden al dan niet als model gekeurd en daartoe onderworpen aan een certificeringsprocedure overeenkomstig dit artikel, zijn voorzien van de in bijlage X van de richtlijn bedoelde CE-markering en gaan vergezeld van de in bijlage X van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming.
  2. De in het eerste lid bedoelde CE-markering wordt uitsluitend aangebracht:
    1. op apparaten van de groepen I en II, categorieŽn M 1 respectievelijk 1, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek als bedoeld in bijlage III van de richtlijn is afgegeven en waarvoor tevens een van de volgende procedures is gevolgd:
      1. de procedure van de produktiekwaliteitsborging, bedoeld in bijlage IV van de richtlijn, of
      2. de procedure van de produktkeuring, bedoeld in bijlage V van de richtlijn;
    2. op apparaten van de groepen I en II, categorieŽn M 2 respectievelijk 2, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, voor motoren met inwendige verbranding en elektrische apparaten van deze groepen en categorieŽn, waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek als bedoeld in bijlage III van de richtlijn is afgegeven en waarvoor tevens een van de volgende procedures is gevolgd:
      1. de procedure van de overeenstemming met het type, bedoeld in bijlage VI van de richtlijn, of
      2. de procedure van de produktkwaliteitsborging, bedoeld in bijlage VII van de richtlijn;
    3. op de overige apparaten van de in onderdeel b genoemde groepen en categorieŽn, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, waarvoor de procedure van de interne fabricagecontrole, bedoeld in bijlage VIII van de richtlijn, is gevolgd en waarvoor tevens het in bijlage VIII van de richtlijn onder punt 3 bedoelde dossier is samengesteld en in bewaring is gesteld bij een aangewezen aangemelde instelling die de ontvangst daarvan schriftelijk heeft bevestigd;
    4. op apparaten van groep II, categorie 3, bedoeld in bijlage I van de richtlijn, waarvoor de procedure van de interne fabricagecontrole, bedoeld in bijlage VIII van de richtlijn, is gevolgd.
  3. In plaats van de in het tweede lid genoemde procedures kan ook de procedure van de EG-eenheidskeuring, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn, worden gevolgd.

noot: Artikel 6 is afkomstig uit Hoofdstuk III: Keuring en certificering, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (en afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Artikel 7

  1. Beveiligingssystemen worden al dan niet als model gekeurd en daartoe onderworpen aan een certificeringsprocedure overeenkomstig het tweede lid, zijn voorzien van de in bijlage X van de richtlijn bedoelde CE-markering en gaan vergezeld van de in bijlage X van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming.
  2. De in het eerste lid bedoelde CE-markering wordt uitsluitend aangebracht op beveiligingssystemen waarvoor:
    1. een certificaat van EG-typeonderzoek als bedoeld in bijlage III van de richtlijn is afgegeven en waarvoor tevens een van de procedures, genoemd in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, is gevolgd, of
    2. de procedure van de EG-eenheidskeuring, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn, is gevolgd.

noot: Artikel 7 is afkomstig uit Hoofdstuk III: Keuring en certificering, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (en afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Artikel 8
Componenten worden al dan niet als model gekeurd en daartoe onderworpen aan een van de certificeringsprocedures, genoemd in artikel 6, tweede of derde lid, met uitzondering van het aanbrengen van de CE-markering. Zij gaan vergezeld van een schriftelijke verklaring van overeenstemming waarin staat, dat deze componenten in overeenstemming zijn met dit besluit en waarin tevens de kenmerken van de componenten en de voorschriften voor het inbouwen in een apparaat of beveiligingssysteem die van belang zijn voor het voldoen aan de voor bedrijfsklare apparaten of beveiligingssystemen geldende fundamentele eisen, worden vermeld.

noot: Artikel 8 is afkomstig uit Hoofdstuk III: Keuring en certificering, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (en afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Artikel 9
In plaats van de in de artikelen 6 en 7 genoemde procedures kan voor de in bijlage II onder punt 1.2.7. van de richtlijn bedoelde veiligheidsaspecten van apparaten en beveiligingssystemen, de in bijlage VIII van de richtlijn bedoelde procedure van interne fabricagecontrole worden gevolgd.

noot: Artikel 9 is afkomstig uit Hoofdstuk III: Keuring en certificering, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (en afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Artikel 10

  1. Wanneer de fabrikant, diens gemachtigde dan wel, indien zij geen van beiden in Nederland zijn gevestigd, degene die het explosieveilig materieel in Nederland in de handel brengt, voornemens is wijzigingen aan te brengen in het model van explosieveilig materieel waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek is afgegeven, stelt hij de aangewezen aangemelde instelling die dit certificaat heeft afgegeven hiervan onverwijld in kennis.
  2. De in het eerste lid bedoelde aangewezen aangemelde instelling beoordeelt de wijzigingen en deelt de in het eerste lid bedoelde persoon mee of het certificaat van EG-typeonderzoek voor het gewijzigde explosieveilig materieel geldig is dan wel aanvulling behoeft.
  3. Indien de in het eerste lid bedoelde aangewezen aangemelde instelling van oordeel is dat de wijzigingen van invloed kunnen zijn op de overeenstemming met de in bijlage II van de richtlijn bedoelde fundamentele eisen, wordt het gewijzigde model aan het in bijlage III van de richtlijn bedoelde EG-typeonderzoek onderworpen en wordt bij goedkeuring een aanvulling op het oorspronkelijke certificaat afgegeven.

noot: Artikel 10 is afkomstig uit Hoofdstuk III: Keuring en certificering, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (en afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Artikel 11
De kosten van het EG-typeonderzoek, bedoeld in de artikelen 6, 7 en 10, derde lid, en de beoordeling, bedoeld in artikel 10, tweede lid, zijn voor rekening van de fabrikant.

noot: Artikel 11 is afkomstig uit Hoofdstuk III: Keuring en certificering, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (en afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Artikel 12
Apparaten, beveiligingssystemen en voorzieningen die zijn voorzien van de CE-markering en vergezeld gaan van de EG-verklaring van overeenstemming alsmede componenten die vergezeld gaan van een schriftelijke verklaring van overeenstemming overeenkomstig artikel 8, worden vermoed te voldoen aan artikel 4, tweede volzin.

noot: Artikel 12 is afkomstig uit Hoofdstuk III: Keuring en certificering, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (en afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Artikel 13

  1. De CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de aangewezen aangemelde instelling alsmede het specifiek merkteken van explosiepreventie en de overige gegevens, bedoeld in bijlage II onder punt 1.0.5. van de richtlijn, worden overeenkomstig die bijlage alsmede overeenkomstig bijlage X van de richtlijn duidelijk leesbaar en onuitwisbaar op de apparaten, beveiligingssystemen en voorzieningen aangebracht.
  2. Apparaten, beveiligingssystemen en voorzieningen hebben geen markeringen die derden kunnen misleiden omtrent de betekenis of grafische vorm van de CE-markering. Andere markeringen mogen worden aangebracht op voorwaarde dat de zichtbaarheid en leesbaarheid van de CE-markering niet wordt verminderd.

noot: Artikel 13 is afkomstig uit Hoofdstuk III: Keuring en certificering, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel (en afgeleid van de atex-95 richtlijn).


Tot slot

Tot slot, hopelijk heeft u uit deze relevante artikelen - De europese ATEX-productrichtlijn 94/9/EG of de ATEX-95 - de informatie gevonden die u zocht. De complete tekst kunt u op de website: www.wetten.nl inzien. Praktische informatie over het hoe en het waarom kunt u opdoen tijdens een ATEX-cursus.




esdsite.nl

Copyright © ESDsite.nl
KvK: 58973435. T: 06 28 88 36 18
Privacyverklaring, anti-spam, cookies, disclaimer, copyright.